Duurzaam
Een regenton plaatsen die niet groen uitslaat

Een regenton is zo’n aanschaf waar iedereen enthousiast over begint en waar in september een groene, stinkende bak van over is met een muggenwolk erboven. Dat ligt zelden aan de ton. Het ligt aan licht, aan lucht en aan het feit dat er nooit meer iets uit is gehaald. Met een paar keuzes bij het plaatsen heb je er jaren plezier van, en dan is het echt het nuttigste ding in een tuin dat geen onderhoud van betekenis vraagt.
Bij mij staan er twee, allebei aan de noordkant van de schuur, en ik heb ze in vier jaar één keer helemaal leeggehaald. Dat het water helder blijft, komt door één ding: er komt geen zonlicht in. Algen hebben licht nodig, en zonder licht groeit er niets.
Wat je nodig hebt
- Een regenton van 100 tot 300 liter, bij voorkeur van ondoorzichtig materiaal in een donkere kleur. Tuincentra, bouwmarkten (Gamma, Praxis, Intratuin) en online kwekerijwinkels verkopen ze. Een tweedehands voedselvat van 200 liter kost bij een handelaar in vaten of via een marktplaats vaak een derde daarvan
- Een vulautomaat of regenpijpfilter, passend bij de diameter van je regenpijp (meestal 80 of 100 millimeter)
- Een verhoging: betontegels, een kant-en-klare tonvoet of een klein stapeltje stelconplaten
- Waterpas, rolmaat, potlood
- Een fijnzandige vijl of schuurpapier voor de zaagrand, en een decoupeerzaag of gatenzaag als je de pijp zelf onderbreekt
- Een deksel dat werkelijk sluit, of anders fijnmazig muggengaas met een spanring
- Een kraantje met doorvoerrubber en een tuinslangkoppeling, en eventueel een tweede kraan onderin voor het aftappen
- Overloopslang van een meter of twee, om het teveel naar de border of het riool te leiden
Reken op 40 tot 120 euro voor een nieuwe set. Veel gemeenten en waterschappen geven een vergoeding voor regenwateropvang of afkoppeling van de regenpijp, soms enkele tientjes per ton. Dat regel je vaak online via je gemeente en het scheelt zomaar de helft.
Stap voor stap
- Kies de schaduwkant. Dit is de belangrijkste beslissing en hij kost niets. Noord- of oostkant, tegen een muur of onder een overkapping. Een ton in de volle zon groeit dicht, hoe goed de rest ook is geregeld.
- Maak een vlakke, harde ondergrond. Tweehonderd liter water weegt tweehonderd kilo. Op losse grond of gras zakt dat scheef weg, en een scheve ton loopt over aan de verkeerde kant. Leg twee betontegels waterpas, eventueel op een laagje zand dat je aantrilt.
- Zet de ton hoog genoeg. Onder de kraan moet een gieter passen, dus reken op minstens 35 centimeter vrije ruimte. Wil je met een tuinslang op zwaartekracht werken, dan is hoger altijd beter, want de druk komt alleen uit het hoogteverschil.
- Bepaal de hoogte van de vulautomaat. Die zit iets boven de bovenrand van de ton. Meet vanaf de tegels: hoogte van de ton plus een paar centimeter, en teken dat af op de regenpijp.
- Zaag de regenpijp door en plaats de vulautomaat. Bij de meeste modellen zaag je een stuk van tien tot vijftien centimeter uit de pijp en klik je het huis ertussen. Ontbraam de zaagrand, anders gaat er op termijn vuil achter zitten. Sluit de bijgeleverde slang aan op de ton.
- Monteer het kraantje. Boor het gat een paar centimeter boven de bodem, niet helemaal onderin, zodat het bezinksel eronder blijft liggen. Rubber aan de binnenkant, moer aan de buitenkant, met de hand vastdraaien en daarna een kwartslag met een tang.
- Regel de overloop. Dit vergeet bijna iedereen. Een volle ton loopt over, en als dat langs de gevel gebeurt, heb je een vochtprobleem in ruil voor gratis water. Leid de overloop met een slang de border in, naar een tweede ton, of terug de regenpijp in onder de vulautomaat.
- Sluit de ton af. Deksel erop of gaas erover, en controleer of er nergens een opening groter dan een millimeter of twee overblijft. Dit houdt muggen, blad en verdronken egels buiten.
Een middag werk, inclusief de gang naar de bouwmarkt voor het onderdeel dat je vergat.
Waarom hij groen wordt, en hoe je dat voorkomt
Algen hebben licht, warmte en voeding nodig. Voeding komt binnen in de vorm van blad, stuifmeel en vogelpoep uit de dakgoot. Licht komt binnen via een doorzichtige wand of een open deksel. Neem één van de drie weg en het probleem is grotendeels weg.
In de praktijk betekent dat: een donkere ton in de schaduw, een deksel dat dicht is, en een filter dat het grove vuil tegenhoudt. Dat filter maak je twee keer per jaar schoon (in het najaar na de bladval en in het voorjaar na de bloei van berken en populieren), en dat is meteen bijna al het onderhoud.
Wat ook helpt: laat de ton in de zomer niet halfleeg staan. Stilstaand water op een laag niveau warmt sneller op en gaat sneller ruiken. Gebruik hem gewoon, dan ververst hij zichzelf. Wie zijn regenwater spaart voor een droogte die misschien komt, houdt uiteindelijk een bak soep over. Ik tap liever door en vertrouw erop dat het weer regent, want dat doet het hier meestal.
Onderhoud door het jaar
| Wanneer | Wat je doet |
|---|---|
| Maart | Filter schoonmaken, kraan controleren op lekkage, ton spoelen als er een laag bezinksel ligt |
| Mei tot september | Gewoon gebruiken, deksel dicht houden, af en toe kijken of de overloop nog vrij is |
| Oktober | Filter schoonmaken na de bladval, bezinksel aftappen via de onderste kraan |
| November | Ton grotendeels leeg laten lopen en de kraan openzetten tegen vorstschade, of de vulautomaat op winterstand zetten |
Die laatste is de enige die je echt niet moet overslaan. Water zet uit bij bevriezing, en een volle kunststof ton scheurt bij een strenge vorstperiode langs de naad. Een lege ton met open kraan overwintert probleemloos buiten.
Waar je het water wel en niet voor gebruikt
Voor de border, de kuipplanten, de kamerplanten en de moestuin is regenwater beter dan kraanwater, omdat het zacht is en geen kalk bevat. Zuurminnende planten zoals hortensia’s, rododendrons en azalea’s merken dat het duidelijkst. Wie zijn hortensia’s blauw wil houden, doet er goed aan uitsluitend regenwater te geven: hoe dat samenhangt met de zuurgraad van de grond, staat in hortensia verzorging voor weelderige bloei.
Wat je er niet mee doet: drinken, en er ook geen kinderbadje mee vullen. Dakwater neemt onderweg mee wat er op je dak ligt, en bij een bitumen dak of een zinken goot is dat meer dan alleen regen. Sla het ook niet op voor gebruik op sla en spinazie die je rauw eet. Op de grond gieten in plaats van over het blad is dan de veilige route.
Nog een punt dat vaak wordt vergeten: een open ton is voor een klein kind diep genoeg om in te verdrinken, en voor een egel of een merel een val zonder uitweg. Een deksel dat op slot kan, of anders een stevig gespannen gaas, is geen overdreven voorzichtigheid.
Wie hier eenmaal aan begint, wil vaak meer. Twee tonnen doorkoppelen met een slang tussen de overlopen is de goedkoopste uitbreiding die er is. En wil je nog een stap verder in het vasthouden van water op je eigen perceel, dan is een groen dak de logische volgende: daarover gaat de voordelen van een sedumdak. Ook zonder dat past een regenton naadloos in een tuin die zichzelf grotendeels redt, zoals beschreven in een duurzame eco-tuin met weinig omkijken.
