Waarom een tuin op het noorden geen probleem is

Toen we dit huis kochten, zei bijna iedereen hetzelfde over de tuin: jammer dat hij op het noorden ligt. Mijn moeder zei het, de buurman zei het, en de makelaar had het in de advertentie handig weggelaten. Vier jaar later is het de tuin waar ik het liefst zit, en ik ben nog geen dag bezig geweest met het probleem dat iedereen aankondigde.
Dat komt niet doordat ik er iets slims mee heb gedaan. Het komt doordat het uitgangspunt niet klopt. Een tuin op het noorden heeft niet minder mogelijkheden, hij heeft andere. En als je die accepteert in plaats van bevecht, staat er binnen twee seizoenen iets wat een zonnige tuin niet kan.
Om te beginnen dit: de meeste tuinen op het noorden liggen helemaal niet in de schaduw. In de zomer komt de zon in Nederland in het noordoosten op en gaat hij in het noordwesten onder, en dat betekent dat een noordtuin in juni gewoon zon krijgt in de vroege ochtend en aan het eind van de middag. Bij mij is dat het mooiste moment van de dag: rond een uur of zes strijkt er licht over de achterste border, en dan zit ik daar met een boek terwijl de buren aan de zuidkant hun parasol nog niet dicht durven te doen. Wat je in een noordtuin mist, is de volle middagzon. Dat is nu net de zon waar je in juli voor wegloopt.
Het tweede dat mensen niet meerekenen, is de grond. Schaduw houdt vocht vast. Bodems onder een noordmuur drogen niet uit tot beton, hoeven in augustus zelden water, en zitten vol bodemleven omdat de bovenlaag niet elke zomer steriel wordt gebakken. Een border die je in mei plant, staat er in september nog fris bij. In een zuidtuin sta je in dezelfde periode elke avond met de gieter. Dat scheelt water, tijd en planten die het niet halen.
Wat er dan wel groeit
Het lastigste van een schaduwtuin is niet de planten vinden, het is loslaten wat je in tuincentra ziet staan. Die tafels vol lavendel, salvia en siergrassen zijn gemaakt voor de volle zon, en die stakken bij mij alle drie in het eerste jaar. Toen ik daarmee ophield, begon het pas.
Wat het bij mij goed doet: hosta’s in vier soorten, varens in de hoek waar niets anders wilde, hortensia’s tegen de schutting, vingerhoedskruid dat zich elk jaar zelf verplaatst, en een tapijt van vrouwenmantel dat elke fout in de border wegwerkt. Daaronder een laag bosanemoon en longkruid voor het vroege voorjaar, want dat is het seizoen waarin een noordtuin juist voorloopt: onder loofbomen en tegen een noordmuur staat het licht in maart en april nog gewoon op de grond, voordat het blad dichtgaat. Hortensia’s zijn overigens de plant waar de meeste mensen in de schaduw op uitkomen, en ze zijn niet moeilijk, mits je snapt wanneer je snoeit en waarom de kleur verschuift. Daar gaat hortensia verzorging voor weelderige bloei over.
Wat je in ruil krijgt, is een andere soort tuin. Bloemen in de schaduw zijn zachter van kleur en het blad doet meer werk. Bij een zonnige border kijk je naar bloei, bij een schaduwborder kijk je naar vorm, structuur en tinten groen. Dat klinkt als een schrale troostprijs tot je er een zomer in hebt gezeten. Een tuin die het van blad moet hebben, staat er in oktober nog goed bij, terwijl een tuin die van bloei leeft in september leeg is.
Er zijn twee plekken waar ik het wel eerlijk lastig vind. De eerste is een strook van een halve meter pal tegen een noordmuur onder een dakoverstek: daar komt geen zon en ook nauwelijks regen, en dat is de zwaarste standplaats die een tuin te bieden heeft. Daar staat bij mij nu een bank, en dat is een betere oplossing gebleken dan de vierde poging met planten. De tweede is gazon. Gras in permanente schaduw blijft ijl en mossig, hoe vaak je ook inzaait. Ik heb dat gras er na twee jaar uitgehaald en er schaduwbeplanting met een pad van stapstenen voor in de plaats gezet, en dat had ik meteen moeten doen.
Waar ik het meeste aan heb gehad
Licht is niet het enige dat telt, reflectie ook. Een lichte schutting of een witgekalkte muur maakt in een noordtuin meer verschil dan welke plant dan ook. Ik heb de achterste schutting in een gebroken wit gezet en de border ervoor werd zichtbaar voller, simpelweg omdat er meer licht in het blad viel. Datzelfde geldt voor bestrating: lichtgrijs in plaats van antraciet, en de hele tuin voelt een graad vriendelijker.
Wat me verder heeft geholpen, is een halve dag met een stoel en een kop koffie. Ga op een zonnige dag in juni om het uur kijken waar de zon werkelijk komt en schrijf het op. Bij mij bleek een hoek die ik had afgeschreven tussen zeven en negen uur ’s ochtends vol in de zon te staan, en daar staan nu de kruiden. Zonder dat rondje had ik ze op de verkeerde plek gezet, op basis van een aanname over windrichtingen.
En dan is er nog iets wat een schaduwtuin bijna vanzelf goed doet: hij is rustiger voor dieren. Vochtige grond met blad erop is precies wat egels, kevers en vogels zoeken, en dat is een van de redenen dat ik het blad in het najaar gewoon laat liggen. Dat is geen luiheid maar beleid, en waarom dat werkt, staat in waarom het blad in de borders bij mij blijft liggen.
Ik zou het niet meer willen ruilen. Niet omdat een tuin op het zuiden slecht is, maar omdat de vergelijking die iedereen maakt over de verkeerde dingen gaat. Een tuin wordt niet beter van meer uren zon, hij wordt beter van planten die op hun plek staan, grond die leeft, en een zitplek waar het op het juiste moment van de dag prettig is. Dat kan aan alle vier de windrichtingen. Wie zoekt naar beplanting die met weinig moeite doet wat hij moet doen, komt trouwens vaak uit bij hetzelfde rijtje als in deze planten zorgen voor kleur en gemak, en een flink deel daarvan doet het in halfschaduw prima.
Het enige dat een noordtuin echt van je vraagt, is dat je ophoudt met hem te vergelijken met de tuin van iemand anders.
